Kaneel is een specerij bestaande uit de binnenbast van de scheuten van de kaneelboom. Er bestaan vele varianten, maar de belangrijkste zijn de ceylonkaneel of echte kaneel (Cinnamomum verum, Cinnamomum zeylanicum) en de cassia of kassie (Cinnamon cassia). Cassia is wat branderiger en zoeter dan ceylonkaneel. Kaneel wordt in stokjes en als poeder verkocht. Het kaneelpoeder dat in de keuken wordt gebruikt bestaat meestal uit gemalen cassia, waar soms wat gemalen ceylonkaneel aan toegevoegd is.

Chai kaneel specerijen

Kaneel: een heerlijke smaakmaker met gezonde eigenschappen

Kaneel wordt in onze westerse keuken gebruikt als smaakmaker in zoete gerechten, zoals in appeltaart, appelmoes, snoep (kaneelstok) of dessertrijst. Kaneel wordt ook gebruikt als strooitoevoeging op cappuccino, chai latte en andere lattes. Met een voorbeeld uitsnede zijn mooie figuurtjes te strooien.

In India wordt kaneel (eigenlijk alleen de cassia) in allerhande vlees- en groentegerechten gebruikt. Kaneel is dan een onderdeel van een masala mengels.

Verder wordt kaneel toegepast in likeuren. Kaneelolie uit de bast en het blad van de kaneelboom, wordt wel gebruikt in parfums.

Het is vooral de cassia kaneel die veel coumarine  bevat (2g/kg). Ceylonkaneel bevat van deze stof 0,02g/kg.

Echte kaneel (Cinnamomum verum) wordt ingezet bij darmkrampen, een opgeblazen gevoel, eetlustverlies en diarree. Consumptie van kaneel kan de glucoserespons na de maaltijd vertragen.

Ook heersen er allerlei gezondheidsclaims rondom kaneel en het effect op gewichtsverlies.

Cinnamon (kaneel) Challenge – een levensgevaarlijke hype, waarbij mensen uitgedaagd worden om een lepel kaneelpoeder te eten. Gelukkig loopt deze actie alweer aan af vanwege het gezondheidsrisico van verslikken (in teveel poeder).

GESCHIEDENIS

De naam kaneel is afkomstig uit het Latijn, “canella“, “stokje”.

Rond 2800 voor Christus wordt kaneel al genoemd in het kruidboek van de Chinese Keizer Shennung. Ook in het oude Egypte was kaneel bekend. Het werd gebruikt in parfum.

Ook in de Bijbel was kaneel bekend. Het werd zo hoog gewaardeerd, dat kaneel zelfs een waardig geschenk kon zijn voor koningen en andere hoogheden. Mozes wordt opgedragen om zowel zoete kaneel als cassia te gebruiken voor de zalfolie van het altaar.: “Neem de fijnste specerijen: vijfhonderd sjekel mirre, half zoveel geurige kaneel-tweehonderdvijftig sjekel dus-, tweehonderdvijftig sjekel geurige kalmoes en vijfhonderd sjekel kassia, alles volgens het ijkgewicht van het heiligdom, en een hin olijfolie, en bereid hieruit heilige zalfolie, een geurig mengsel zoals een reukwerker dat maakt. Met deze heilige zalfolie moet je de ontmoetingstent zalven, de ark met de verbondstekst, de tafel en de lampenstandaard met alle bijbehorende voorwerpen, het reukofferaltaar, het brandofferaltaar met het gerei en het wasbekken en het onderstel ervan.”

Vanaf 1580 hadden de Portugezen de heerschappij over Ceylon (het latere Sri Lanka) en daarmee het monopolie op de kaneelhandel. Zij legden het eiland een schatting op van 125 ton kaneel per jaar. De koning riep vervolgens de hulp in van de Hollanders. Hiermee ging het kaneelmonopolie over in Hollandse handen. In 1765 begon men op Ceylon voor het eerst kaneel te verbouwen op plantages. In 1796 veroverden de Engelsen het eiland. Het monopolie op de kaneelhandel kwam vanaf dat moment in Engelse handen, totdat de Nederlanders er in Indonesië in slaagden om ook daar kaneelplantages aan te leggen. Sindsdien exporteert Indonesië ongeveer 8000 ton kaneel per jaar.

Reeds lang voordat de Europeanen zelf kaneel haalden uit het Verre Oosten waren zij bekend met deze specerij en ook met kruidnagelen en nootmuskaat. Kaneel werd via het Midden Oosten en via de Hanzekooplieden aangevoerd.